023-5541588

Passend onderwijs gaat te veel over de inrichting van bestuurlijke constructies in plaats van wat het beste is voor de kinderen. Schoolleiders en leraren geven aan  onvoldoende betrokken te zijn bij de keuzes die het samenwerkingsverband maakt.  Leerlingen in het hele land moeten kunnen rekenen op kwalitatief dezelfde ondersteuning. Met een gerichte aanpak van knelpunten als eigenaarschap,  informatievoorziening en de verbetering van het aanbod van samenwerkingsverbanden, wil minister Slob de ondersteuning aan kinderen via het passend onderwijs in alle regio’s voor 2020 op orde krijgen. Dat laat de bewindspersoon weten in zijn brief aan de Tweede Kamer over de verdere implementatie van het passend onderwijs.

 ‘Op veel plekken wordt hard gewerkt om kinderen en jongeren goed te ondersteunen,’ aldus minister Slob. ‘Tegelijkertijd maken leraren, schoolleiders en ouders zich zorgen. Het is zaak de knelpunten voortvarend aan te pakken.’

Toenemende werkdruk
Leraren ervaren te weinig betrokkenheid bij de dagelijkse praktijk van passend onderwijs. ‘We verwachten steeds meer van kinderen en zijn beter en eerder in staat te herkennen wat met een kind aan de hand is en welke ondersteuning het nodig heeft. Dat, in combinatie met de hoge norm die leraren zichzelf opleggen, is één van de oorzaken van de toenemende werkdruk,’  geeft minister Slob aan. Leraren ervaren te weinig betrokkenheid bij de dagelijkse praktijk van passend onderwijs.

Jaarlijkse vaststelling schoolondersteuningsprofiel
Scholen stellen nu iedere vier jaar het schoolondersteuningsprofiel vast, waarin zij aangeven hoe zij passend onderwijs willen vormgeven.  Het profiel hangt samen met de aanwezige deskundigheid bij het personeel en ook met de leerlingpopulatie. Beiden kunnen binnen vier jaar behoorlijk fluctueren. Minister Slob gaat wettelijk regelen dat dit schoolondersteuningsprofiel jaarlijks wordt vastgesteld met advies van de medezeggenschapsraad.

Betere informatievoorziening voor scholen, ouders en leraren

Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden, hebben scholen een zorgplicht. Daarbij werken scholen samen in een bepaalde regio. Uit de jaarlijkse voortgangsrapportage passend onderwijs blijkt dat de meeste scholen voldoen aan de zorgplicht.  Het is voor ouders echter niet altijd duidelijk welke ondersteuning scholen kunnen bieden. Scholen en samenwerkingsverbanden hebben de plicht ouders te informeren over de ondersteuningsvoorzieningen. Dit is opgenomen in de wet, maar nog niet overal goed uitgevoerd.  ‘Ik verwacht dat samenwerkingsverbanden heldere informatie beschikbaar maken over de ondersteuningsvoorzieningen via hun website en de schoolgidsen van de aangesloten scholen,’ aldus minister Slob. Hij vraagt de inspectie om hier in het toezicht aandacht voor te hebben.

Daarnaast regelt Slob dat scholen meer inzicht krijgen in het beschikbare geld. Ieder samenwerkingsverband en ieder schoolbestuur zou hierover duidelijkheid kunnen en moeten verschaffen aan scholen. Omdat dit vaak niet gebeurt, zal Slob nog dit jaar openbaar maken welke middelen een school zou ontvangen wanneer alle daarvoor beschikbare middelen door het samenwerkingsverband evenredig naar aantal leerlingen over de scholen zouden worden verdeeld. Dit is niet de werkelijke verdeling, een deel van de middelen wordt via het samenwerkingsverband centraal ingezet, maar het verschaffen van inzicht leidt tot een beter gesprek tussen de schoolleiding en schoolbesturen.

Om het mogelijk te maken dat samenwerkingsverbanden op een goede manier verantwoording kunnen afleggen, gaat Slob wettelijk regelen dat samenwerkingsverbanden toegang hebben tot de informatie die ze nodig hebben. Zij zijn nu deels afhankelijk van schoolbesturen die informatie moeten leveren hoe zij de middelen die zij van het samenwerkingsverband ontvangen besteed hebben. Dat gebeurt nu onvoldoende.